Archimedes op dieet

“Schat, heb je mijn iPhone gezien?” Theo krabde zich achter zijn oren en keek de kamer rond.

“Natuurlijk niet,” schreeuwde Margje uit de keuken. “Ik heb je al zo vaak gezegd dat je je spullen beter moet opruimen.” Thomas kon haar maar nauwelijks horen boven het geluid van de afwasmachine uit.

     Waar is dat ding toch?

Drie keer had Theo de kamer nu al doorzocht en even zoveel keer had hij niets gevonden. Hij keek nog een keer achter de kussens op de bank, maar behalve een muntje van 50 cent en wat kruimels was er niets te zien. Zou Thomas de iPhone misschien gezien hebben?

“Heb jij pappa’s iPhone gezien, Thomas?”

Thomas zat op zijn knieën aan de salontafel en had net een grote hap van een boterham met leverworst genomen. Hij mompelde iets onverstaanbaars, terwijl hij met zijn vrije hand probeerde om Archimedes weg te duwen.

“Nooit met volle mond praten,” zei Theo tegen Thomas. “Dat heb ik je al vaker gezegd.”

Archimedes had zijn voorpoten inmiddels op Thomas’ buik gezet en probeerde de boterham met grof geweld uit de knuistjes van het kereltje te trekken.

“Af, Archimedes. Af.” Theo greep het slobberende kolos bij zijn nekvel en sleurde het beest naar zijn mand. “Stoute hond. Mag niet bedelen.” Hij veegde het zweet van zijn voorhoofd.

     Dat beest maakte het leven er bepaald niet makkelijker op.

Archimedes was in huis gekomen als aandoenlijke Sint Bernard pup, een half jaar na de geboorte van Thomas.

“We hebben een vriendje nodig voor Thomas,” had Theo beweerd. “Dat is goed voor zijn algemene ontwikkeling.” Toch was de hond veel groter geworden dan verwacht en ondanks het feit dat Archimedes met goed gevolg de puppy cursus had doorlopen, stelde zijn training niet veel voor. Archimedes deed inmiddels gewoon waar hij zin in had en het stelen van lekkere hapjes van zijn kleine, menselijke vriendje behoorde tot zijn favoriete bezigheden.

Thomas had inmiddels zijn mond leeg. “Archimedes likte er aan, Pappa. Ik had leverworst op je aifoon gemorst.”

Theo keek nog eens onder de salontafel. Misschien was hij gevallen achter een tafelpoot.

“Bel je nummer gewoon,” riep Margje uit de keuken. “Dan hoor je wel waar dat ding ligt.”

   Goed idee.

Theo pakte de mobiel van Margje, toetste het nummer van zijn iPhone in en luisterde gespannen.

“Ik hoor hem,” schreeuwde Thomas opgewonden.

“Ssssh.” Theo hoorde nog niets.

Maar toen, ergens ver weg hoorde hij zijn ringtone. “All you need is love.”

Waar lag dat ding toch? De muziek was maar nauwelijks hoorbaar en klonk gedempt, alsof het bedolven was onder een deken of kussen.

Margje was klaar met haar werk in de keuken en luisterde nu ook.

“Dat ding ligt bij Archimedes in de mand,” zei ze verast. “Dat geluid komt bij de hond vandaan.”

   Bij de hond?

Toen Theo op de mand afliep leek de muziek inderdaad luider te worden. Zou Archimedes op de iPhone liggen?

“Vooruit, Archimedes. Uit de mand.” De goedmoedige lobbes keek Theo niet- begrijpend aan.

“Uit de mand,” beval Theo. Toen sprong Archimedes blij weer uit de mand en banjerde meteen naar Thomas toe. Die had zijn boterham met leverworst nog steeds stevig vast.

En de Beatles gingen met de hond mee.

Theo keek Margje als versteend aan. Hoe kon dat nou?

Maar Archimedes scheen het niet te horen. Die had alleen aandacht voor het brood met vlees en nu ook de baas hem toestemming gegeven scheen te hebben was er geen houden meer aan. Nog geen seconde later verdween de hand met het brood in de lekkende muil van Archimedes en schreeuwde Thomas het uit.

Weg boterham.

Archimedes likte tevreden zijn zware, hangende hondenlippen af en hoopte op meer.

Thomas keek met een vies gezicht naar zijn beslobberde hand en Margje en Theo luisterden met ontzetting naar zijn ringtone.

“Archimedes heeft je iPhone ingeslikt,” zei Margje onthutst.

“Dat kan toch niet waar zijn,” vulde Theo aan. Het duizelde hem. Hij merkte niet eens dat Thomas huilend aan zijn broek trok om hem te vertellen dat Archimedes zijn brood had gestolen.

“Uw iPhone werkt nog perfect,” zei dierenarts Volkmeijer met een grote grijns, terwijl hij het kleinood aan Theo overhandigde. “Wel even schoonmaken voor u dat ding weer gebruikt.” Hij streek zachtjes over de pels van Archimedes die onder narcose op de operatietafel lag. De rode tong van het verdoofde beest hing over de rand van de tafel, terwijl er wat slijm uit zijn opengesperde bek op de grond dribbelde.

“Archimedes komt over een uurtje weer bij,” zei de grijzende arts. “Even een dag of twee rustig aan en dan is hij weer de oude. Wat denkt u trouwens van een beetje training? Hier is een telefoonnummer van een goede hondentrainer.”

Dokter Volkmeijer rommelde even in een laatje en vond toen een kaartje dat hij aan Theo gaf.

“Niet nodig,” mompelde Theo bijna onhoorbaar. “Archimedes had een acht op de puppy cursus. Ik kan dat beest echt wel aan. Een hondentrainer is reuze duur.”

“Zoals u wilt. Dat is dan 900 Euro.”

Theo slikte. “900 Euro?” Hij zweet brak hem uit. Toen staarde hij verdwaasd naar het kaartje met de naam van de hondentrainer.

Sjoerd Zwalkebroek. Gediplomeerd en ervaren. Het laatste woord is nooit aan de hond.

Terwijl de dierenarts verbaasd toekeek sloeg Theo resoluut het nummer van de hondentrainer in en wachtte gespannen op antwoord…

No comments yet.

Leave a Reply